Een reisbegeleider vertelt

Een reisbegeleider vertelt
Een dag uit het leven van een Cycletours kok
 
door Sander Goes

6:30 De wekker gaat. Natuurlijk niet netjes aan 8 uur slaap gekomen, dus eerst maar eens water opzetten voor koffie. Ik fris me op en als ik terugkom staat het water te koken. Het is altijd improviseren in mijn keuken dus het water moet worden opgegoten. Voor 22 man valt dit niet mee. Mijn collega-begeleider steekt zijn hoofd uit de tent en ziet me dit doen. Hij vertelt me over de polsblessure die hij hieraan heeft overgehouden. ‘Zet die kannen laag neer, dan hoef je die ketel niet helemaal op te tillen.’ Goede tip.

7:00 Mijn collega is in middels ook wakker en hij komt me helpen. We doen samen de afwas van de vorige avond en zetten alles mooi klaar op tafel. Kaas en vleeswaren mooi uitgestald op RVS-schalen. Natuurlijk wat couleur locale; we zijn in de Pyreneeën, dus er staat lokale confiture en diverse lokale kazen op tafel. Daarnaast moet er gedacht worden aan de voedingswaarde. Een paar pakken muesli, yoghurt, honing en suiker moeten een stevige basis leggen voor de zware etappe van vandaag.

7:30 De eerste deelnemers komen al aan tafel zitten. Gisteren heb ik met ze afgesproken dat we allemaal samen eten, dus het bestek heb ik nog niet neergelegd. Een kopje koffie of thee kan natuurlijk wel, aangezien we in de bergen zitten. Het is koud hier, ’s ochtends. Voor iedereen er is neem ik nog even het logboek door.

8:00 Het verse stokbrood wordt door de campingeigenaar op onze plaats afgeleverd terwijl de rest van de camping in de rij staat. Het goede contact dat ik met campingeigenaren heb, werpt zo zijn vruchten af. Pain au chocolat, iemand?

8:15 De honger is gestild en iedereen is wakker. Ik vraag om een moment stilte zodat ik tekst en uitleg kan geven bij de etappe van vandaag. 120 kilometer met 3 cols. Totaal 3600 hoogtemeters. Dat wordt afzien. We proberen op iedere col te staan met vers water, mueslirepen, bananen en een verrassing. Gisteren heb ik terwijl de deelnemers sliepen een koude pastasalade voorbereid. De ervaring leert dat zo iets het goed in de hitte zoals we die vandaag kunnen verwachten. Net als watermeloenen trouwens. Die zijn heerlijk en goedkoop hier. In de omschrijving van de etappe staat dat er een klooster verborgen zit in de rotsen, maar dat je dan wel moet opletten tijdens de afdaling. Het wegdek is hier niet zo goed, er ligt grind. Ik waarschuw met klem de waaghalzen in de groep. Neem onderweg gerust even een momentje pauze, want voor 16:00 kunnen we de camping niet op.

9:00 De deelnemers hebben hun tenten afgebroken, nu de luifel nog. We zijn al een paar dagen onderweg, dus de routine zit er inmiddels in. Eerst de banken het busje in, dan de tafelbladen en de schragen. Alle potten en pannen, de verlichting, vier gaspitten, 4 grote gasflessen, kratten met kruiden, borden, bekers, glazen, bestek. Het past allemaal maar net. Dan mag de bagage van de deelnemers de bus in. Als laatste breken we de luifel af en zetten we de koelkast (wat een luxe voor kampeerders) in het busje. Nu alles in de bus zit mogen de deelnemers weg. Mijn collega en ik lopen nog een rondje langs onze plaatsen. Even kijken of alles is opgeruimd. Nu is het momentje voor onszelf. We douchen en doen nog een kopje koffie.

10:00 We stappen in de bus en sprinten de deelnemers achterna. Na een kwartier halen we de eerste al in. Hij staat wat te prutsen met zijn lekke band. Dat is gesneden koek voor ons: binnen twee minuten is hij weer op weg. Achterop rijdt Rob. Hij stopt nogal eens voor foto’s. Daar moeten de snelle jongens niets van hebben.  Weer tien minuten later zitten we in de eerste beklimming van vandaag. De bus heeft er aanzienlijk minder moeite mee dan de deelnemers. We halen de een na de ander in terwijl we ze aanmoedigen. Als je een groepje langzaam voorbij rijdt wil je nog wel eens een demarrage zien.  Leuk om te zien dat ze er helemaal in opgaan.

Helemaal voorop is al een spannende strijd. Een groepje deelnemers heeft de strijd aangebonden met een lokale wielerploeg. Je kan de inspanning van de gezichten aflezen. Niks Tour de France, geef mij dit maar!

11:45 Op 1478 meter staat het colbord. Een mooie plaats om te stoppen. Na een paar minuten komen de eerste deelnemers naar boven, achterna gezeten door wat gefrustreerde Fransen. ‘C’est dommage...’ roep ik naar ze. ‘C’est la vie’ krijg ik terug. Het verhaal van deze strijd zal gedurende de vakantie nog we een paar keer terug komen. De andere deelnemers druppelen binnen terwijl de snelle jongens al weer weg zijn.

12:30 De laatste deelnemers zijn weg. Zij kunnen sneller afdalen dan wij, dus we rijden achter ze aan. Wederom een spectaculair gezicht. Het spelletje herhaalt zich terwijl we iedereen weer inhalen met de bus. Terwijl ik mijn coureurskunsten beproef in de haarspeldbochten en 13%-hellingen, maakt mijn collega foto’s vanuit de passagiersstoel.

14:00 2048 meter. Dit is een hoogtepunt van deze reis. De thermometer geeft 34 graden aan en fietsers komen binnen met de tong op het stuur. Groepjes die bij elkaar fietsen worden opgejut om nog een sprintje te trekken met hun laatste energie. De fietsen worden een half uurtje aan de kant gezet terwijl de innerlijke mens verzorgd wordt. Met nieuwe energie en volle bidons vertrekt iedereen weer. Nog één colletje te gaan.

15:30 Terwijl mijn collega rijdt, maak ik een boodschappenlijstje. We zitten nu aan de Spaanse kant van de Pyreneeën, dus om dat te vieren eten we Spaans. Vooraf gazpacho, als hoofdgerecht paella met een frisse salade. Als nagerecht een lekkere verse fruitsalade. Ook nog even vooruit denken naar iets voor bij de koffie, de ontbijtvoorraad nagaan.

15:15 ‘Stop!’ roep ik naar mijn collega. ‘Hier wil ik even kaas halen!’ De kaas bij de stalletjes langs de weg komt van de boeren zelf. Die is heerlijk en de deelnemers vinden het spannend om lokale producten te proberen. Ook belangrijk is het natuurlijk om de lokale boeren te stimuleren. Duurzaamheid is belangrijk en je kunt het maar het beste op een leuke manier aanpakken.

15:30 We moeten snel zijn om de luifel neer te zetten. Over een half uurtje komen de eerste fietsers waarschijnlijk al aan. Met een moker mep ik de enorme haringen de grond in. Mijn collega legt de palen voor de luifel op hun plaats. In het begin was het een hele worsteling, maar inmiddels is het een koud kunstje voor ons. Zelfs met veel wind krijgen we onze bescheiden circustent stabiel opgezet. We laden de rest van de bus uit en ons petit restaurant staat weer netjes. Nu de gasten nog. Ik zet een ketel water op om bouillon te maken. Daar knapt iedereen van op. Even wat aansterken, vocht en zout aanvullen na een inspannende dag in de hitte. De buren kijken ondertussen met argwaan naar wat er voor kampement wordt neergezet. ‘Daar gaat de rust’, hoor ik ze denken. Het lijkt ook wel op een invasie en dat kan ik me voorstellen. Als ik klaar ben loop ik naar ze toe om me even voor te stellen. Ik krijg bewonderende blikken als ik ze vertel wat ik doe en wat ‘mijn’ fietsploeg iedere dag voor prestatie neerzet. ‘Mijn’ fietsers worden met applaus ontvangen als ze de camping op rijden.

17:00 De meeste deelnemers zijn nu wel binnen. Ik ga nog even naar de Intermarché in het stadje. Mijn collega is bezig met het afstellen van de versnellingen op een peperdure racefiets. Ik ga wel even alleen. Mijn budget is twaalf euro per persoon, per dag. Iedere dag is het weer een uitdaging om hier een verrassing voor op tafel te zetten. Ik zoek goede tomaten voor degazpacho.Rijst, kip en groenten voor de paella en dan ga kijken wat de visboer vers heeft binnengekregen. Ik zie langoustines, mosselen en garnalen liggen. Lekker! Het blijft leuk om de gezichten van mensen te zien als ik voor 22 man vis insla. Eerder deze week liep ik met een hele zalm de winkel uit.

Nu nog een toetje. De bakker heeft hier lokale taarten liggen. Gâteau Basque (Baskische taart). Ze zijn wat aan de prijs, dus ik controleer mijn budget. Ik kan nog 3 taarten kopen. Dat moet toch genoeg zijn. Vooral als iedereen zijn buik al vol heeft gegeten aan de paella.

18:30 Ik kom terug op de camping. Ik heb de hele dag in de hitte gewerkt en het zwembad ziet er verfrissend uit. Bovendien vind ik het wel een hygiënisch idee om opgefrist te zijn voor ik ga koken. Ik overleg even met de gasten en mijn collega. Over een half uur treffen we voorbereidingen voor het eten, om acht uur staat het op tafel. Een enkele deelnemer klaagt dat hij nu al honger heeft, maar hij heeft altijd honger: met een snack is hij wel even zoet. We hebben nog chips zat, dus ik gooi een zak richting zijn tafel. ‘Bon apetit.’

18:40 Heerlijk, dat frisse water. Zo’n moment helemaal voor jezelf moet je iedere dag zien te nemen. Ik zwem het badje een paar keer op en neer. Na een kwartiertje moet ik er al weer uit. Op weg naar de luifel ben ik al helemaal opgedroogd. Ik trek een shirt aan en we kunnen gaan koken.

19:00 Mijn corveeploeg treedt aan. Het klinkt wat suf, corvee op je vakantie, maar niemand vindt het een probleem om mee te helpen met de klusjes. De dagen worden eerlijk verdeeld en mensen mogen zelf voor dagen intekenen. Vooral het snijden van de ingrediënten is leuk werk. Vooral omdat er dan een fles wijn op tafel komt. De ploeg bestaat officieel uit twee mensen, maar er zijn altijd wel mensen die ook wel een glaasje lusten. Ik geef iedereen instructies. Eerst wil ik de ingrediënten voor de gazpacho, want die moet nog gekoeld worden. Als deze klaar is loop ik naar mijn buren toe. Misschien willen ze even proeven, want ik ben benieuwd of mijn Spaanse gerecht goed wordt bevonden. Dit keer krijg ook ik applaus. Met een glimlach van oor tot oor loop ik terug naar de luifel.

Dan moet alles worden klaargezet voor de paella. Als ik tijdens het bereiden nog iets anders moet doen dan in de pannen roeren, dan brandt alles aan. Iedereen vindt het een leuke verrassing dat we echt Spaans eten. Ik zie grote ogen als ik drie paellapannen van meer dan een halve meter doorsnede uit de bus tover. Het kan dan misschien wel met de koekenpannen die ik uit Nederland heb meegenomen, maar ik wil het traditioneel doen. Zo is ook de beleving van mijn gasten compleet.

20:00 ‘Als de tafel is gedekt, kunnen we eten’ roep ik van achter mijn pannen. In recordtijd zit iedereen aan een gedekte tafel. Het blijven in principe Hollandse piepervreters en van koude tomatensoep heeft het merendeel nog nooit gehoord. Het is geen gewone tomatensoep, het is verse gazpacho, leg ik uit. Goedgekeurd door de Spanjaarden zelf. Na mijn uitleg vraag ik om een moment stilte voor het eten. Dit is iets nieuws voor me, maar ik merk dat veel mensen dit fijn vinden, dus het is een kleine moeite. Na een seconde of tien wint de honger het van de vroomheid en wensen we elkaar smakelijk eten. Na wat voorzichtige hapjes is iedereen om. ‘Lekker’, ‘verfrissend’, ‘heerlijk’ hoor ik.

Als de enorme paellapannen op tafel komen klinkt er al weer applaus. Iedereen vindt het geweldig om zo traditioneel te eten. Er is ruim voldoende eten voor iedereen en er wordt met smaak gegeten. Het blijft lastig, die hoeveelheden inschatten, maar het is tot nu toe maar een keer misgegaan. Toen was er gelukkig nog we brood over om bij het eten te geven.

20:45 Voor het donker word wil ik graag dat de afwas gedaan is, dus ik besluit het toetje na de afwas te doen. ‘Het toetje is iets dat bij de koffie wordt gegeten, dus als we allemaal even helpen met de afwas, kunnen we zo beginnen’. Gelukkig helpt iedereen mee en kunnen we na een half uurtje beginnen. Ook de Gâteau Basque bevalt. Nu het dessert op is en de afwas is gedaan zit mijn werkdag er bijna op. Nog even opruimen, zodat we morgen weer snel kunnen vertrekken.

21:30 Ik word uitgenodigd om een portje te kaarten met de deelnemers. Dit lijkt mij een uitermate geschikte manier van ontspanning en ik besluit mee te doen. Na de taferelen van eerder vandaag had ik eigenlijk al moeten weten dat het er ook hier niet vredig aan toe zou gaan. Er wordt een strijd uitgevochten die op een complete competitie uitdraait.

23:00 De meeste deelnemers liggen al in bed, maar ik hoef nog niet zo nodig. Gisteren, in Frankrijk, werden we om tien uur ’s avonds al tot stilte gemaand, maar op deze camping kan ik het wat later maken. Middernacht is hier zelfs nog geen kinderbedtijd, dus ik kan gerust nog wat blijven hangen met mijn ‘stamgasten’. We wapenen ons met een sterke likeur tegen de kou en wisselen sterke verhalen uit. Net als iedere dag is Pantani weer gespreksonderwerp. We mijmeren nog een uurtje over legendes en klassiekers. Als laatste ga ik weg onder de luifel en draai ik de verlichting uit. Zoals iedere avond val ik in slaap zodra mijn hoofd het (spreekwoordelijke) kussen raakt.